Over de knolselderij

De knolselderij is in de loop der tijden een onmisbaar onderdeel van ons nationale gerecht de erwtensoep! Maar u doet dit aromatische knolgewas tekort als u deze niet ook als groente waardeert. Hij is rijk voorzien van mineralen (calcium, natrium en ijzer) en vol van vitamine en is dus oergezond.

Knolselder (Apium graveolens var. rapaceum) is een kruidachtig gewas met een vlezige wortelknol en donkergroen, sterk aromatisch blad. In het oude Egypte was selderij al bekend, maar het onderscheid tussen knol en blad kwam er pas 17 eeuwen later, toen de variant rapaceum het licht zag. Aanvankelijk kweekte men deze soort enkel omwille van de geneeskrachtige werking, maar naderhand bleek de knol een ideale aanvulling van het beperkte groenteaanbod in de wintermaanden. Knolselder is echter niet winterhard en heeft maar liefst 200 dagen nodig om volwassen te worden. Het komt er dus op aan vroeg in het voorjaar te zaaien zodat de knollen in het najaar kunnen worden geoogst.

In oude kruidenboeken is al te vinden dat knolselderij heilzaam is als zenuwsterkend middel. De oude Grieken noemde de selderij Sélion, afgeleid van Sélène wat maan betekent. In diezelfde oudheid kende men ook maanziekte; tegenwoordig kennen we dezelfde ziekte onder de naam epilepsie. Verse geraspte knolselderij blijkt zeer positief uit te werken bij epilepsie patiënten. De aanvallen worden minder en de intensiteit neemt af. Toeval of oude kennis die het nog steeds doet? Wie zal het zeggen.

Groenten: